Wat is bijtelling
Een auto van de zaak kan worden gebruikt voor zakelijke ritten en privéritten. Bijtelling is de fiscale verwerking van het voordeel wanneer die auto privé ter beschikking staat. De cataloguswaarde vormt de basis voor de berekening, ook als de auto inmiddels tweedehands is. Bijtelling is iets anders dan motorrijtuigenbelasting (MRB) en belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM), die elk hun eigen grondslag hebben.
Wie krijgt met bijtelling te maken
Bijtelling kan gelden voor een werknemer met een auto die de werkgever ter beschikking stelt en voor een ondernemer die een auto vanuit de onderneming gebruikt. De regeling speelt wanneer de auto in een kalenderjaar meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt. Bij precies 500 privékilometer blijft u dus binnen de grens; vanaf de 501e kilometer geldt bijtelling, tenzij u aannemelijk maakt dat de auto niet meer dan 500 kilometer privé is gebruikt.
Woon-werkverkeer geldt voor de bijtelling als zakelijk verkeer. Een rit van huis naar een vaste werkplek telt daarom niet mee als privékilometer, ook al is het geen rit naar een klant. Privéritten naar bijvoorbeeld familie, een winkel of een sportclub tellen wel mee. Houd zakelijke en privéritten daarom zorgvuldig uit elkaar.
Een rittenregistratie is de gebruikelijke manier om aan te tonen dat u onder de grens blijft. Noteer per rit onder meer de datum, begin- en eindstand van de kilometerteller, vertrek- en aankomstadres en het zakelijke of privékarakter. Leg ook omleidingen of andere afwijkingen van de gebruikelijke route vast. Een sluitende registratie maakt inzichtelijk hoe de jaartotalen zijn opgebouwd en kan bij een controle worden onderbouwd met bijvoorbeeld agenda- of werkgegevens.
Cataloguswaarde en privégebruik
De cataloguswaarde is de officiële nieuwprijs van de auto bij de eerste toelating, inclusief btw en BPM. Accessoires die vóór die eerste toelating zijn aangebracht, kunnen onderdeel zijn van die waarde. De huidige verkoopprijs of de prijs die u voor een gebruikte auto betaalt, vervangt de oorspronkelijke cataloguswaarde niet. Bijtelling is vervolgens een bedrag dat bij het belastbare inkomen wordt opgeteld; het is dus geen afzonderlijke belastingaanslag van een vast percentage over de aanschafprijs.
| Begrip | Waarover gaat de heffing? | Grondslag of moment |
|---|---|---|
| Bijtelling | Belastbaar voordeel door privégebruik van een auto van de zaak. | Voor brandstofauto’s is het standaardpercentage in 2026 22% van de cataloguswaarde per jaar, volgens de Belastingdienst. |
| MRB | Motorrijtuigenbelasting voor het houden van een geregistreerd voertuig. | Een periodieke belasting; onder meer het voertuiggewicht, de brandstofsoort en de provincie bepalen de hoogte. |
| BPM | Belasting van personenauto’s en motorrijwielen bij registratie of import. | Voor personenauto’s hangt de berekening onder meer samen met de CO₂-uitstoot en de toepasselijke regeling. |
| Privé gekochte auto | Geen bijtelling enkel omdat u de auto privé bezit en gebruikt. | Bijtelling ziet op privégebruik van een auto van de zaak; eventuele MRB en BPM staan daar los van. |
De bijtelling verhoogt het belastbare loon van een werknemer of het belastbare inkomen van een ondernemer; de inkomstenbelasting wordt daarna berekend volgens de regels die voor die persoon gelden. De 22% in de tabel is het standaardbijtellingspercentage voor brandstofauto’s in 2026, geen belastingtarief dat rechtstreeks over de cataloguswaarde wordt betaald.
Bijtelling voor elektrische auto’s in 2026
De bijtelling voor een elektrische auto van de zaak wordt vastgesteld aan de hand van de fiscale regels die gelden bij de eerste toelating. Voor volledig elektrische auto’s in 2026 zijn zowel het toepasselijke percentage als een grensbedrag van belang. De berekening levert een jaarlijks belastbaar bedrag op; dat bedrag is niet hetzelfde als de belasting die u uiteindelijk betaalt. Ook de geldigheidsduur van het percentage hangt samen met de eerste toelating van de auto.
Percentages en grens
Het bijtellingspercentage voor een volledig elektrische auto in 2026 bestaat uit twee delen. Over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde geldt 18 procent; over het bedrag boven die grens geldt 22 procent. De grens geldt dus niet als maximum voor de cataloguswaarde, maar als scheiding tussen twee berekende delen.
| Deel van de cataloguswaarde | Percentage | Berekening van de jaarlijkse bijtelling |
|---|---|---|
| Eerste € 30.000 | 18% | € 30.000 × 18% |
| Bedrag boven € 30.000 | 22% | Het meerdere × 22% |
| Voorwaarde voor deze tarieven | Volledig elektrisch | De auto stoot geen CO2 uit |
De bijtellingsgrens voor een elektrische auto in 2026 bepaalt daarmee welk deel van de waarde tegen elk percentage wordt belast. Is de cataloguswaarde hoger dan € 30.000, dan wordt niet de volledige waarde tegen 22 procent berekend: de eerste schijf blijft tegen 18 procent tellen. Deze tarieven gelden uitsluitend voor volledig elektrische auto’s zonder CO2-uitstoot; een auto met een uitstoot valt niet onder deze regeling. De tarieven voor 2026 worden vermeld door Informer, Dezaak, MKB Servicedesk en Taxence in informatie uit 2025–2026. Controleer de actuele fiscale regels bij de Belastingdienst.
Rekenvoorbeeld
Bij een cataloguswaarde van € 42.500 wordt de waarde verdeeld over de twee tariefdelen. De jaarlijkse bruto bijtelling is de optelsom van beide berekeningen.
| Berekening | Bedrag | Bruto bijtelling per jaar |
|---|---|---|
| € 30.000 × 18% | Eerste deel | € 5.400 |
| € 12.500 × 22% | Bedrag boven de grens | € 2.750 |
| Som van beide delen | Totale cataloguswaarde € 42.500 | € 8.150 |
De bruto bijtelling bedraagt dus € 8.150 per jaar. Dit is het belastbare voordeel dat bij het inkomen wordt opgeteld, niet het bedrag aan belasting dat u betaalt. Het daadwerkelijke belastingeffect hangt af van uw persoonlijke inkomstenbelastingtarief; daarom is € 8.150 niet gelijk aan de netto bijtelling.
Geldigheid van zestig maanden
Het bijtellingspercentage en de bijbehorende grens die bij de eerste toelating van de auto gelden, blijven in het algemeen zestig maanden van toepassing. De periode begint op de eerste dag van de maand na de maand waarin de auto voor het eerst is toegelaten. Bij een eerste toelating op 18 juni 2026 start de termijn bijvoorbeeld op 1 juli 2026 en loopt die zestig maanden, tot en met 30 juni 2031. Na afloop van die periode wordt de bijtelling opnieuw bepaald volgens het tarief dat dan geldt. De percentages en grens uit het oorspronkelijke toelatingsmoment blijven dus niet automatisch voor de hele gebruiksduur van de auto gelden. De vaste termijn maakt het mogelijk de fiscale gevolgen van privégebruik tijdens die periode te beoordelen op basis van het bij de eerste toelating vastgestelde regime. Voor een auto die in 2026 voor het eerst wordt toegelaten, zijn de tarieven van 2026 bepalend gedurende de toepasselijke termijn; na die termijn geldt het dan actuele tarief. De datum van eerste toelating is daarom bepalend voor het begin en einde van de zestig maanden.
Bijtelling bij een tweedehands elektrische auto
Een gebruikte elektrische auto krijgt voor de bijtelling niet automatisch dezelfde fiscale startdatum als het moment waarop u hem koopt. De eerdere registratie van de auto bepaalt welk tarief en welke looptijd van toepassing zijn. Ook bij een tweedehands exemplaar vormt de oorspronkelijke cataloguswaarde het uitgangspunt, niet de prijs die u aan de verkoper betaalt. Met de registratiegegevens en de waarde van de auto kunt u de fiscale uitgangspunten controleren.
Eerste toelating bepaalt het tarief
Bij een tweedehands elektrische auto hangt het bijtellingspercentage samen met de datum van eerste toelating. De periode van zestig maanden begint op de eerste dag van de maand na de maand waarin de auto voor het eerst is toegelaten. Is de eerste toelating bijvoorbeeld 14 mei 2023, dan start de termijn op 1 juni 2023. De auto behoudt het percentage dat bij die eerste toelating hoorde zolang de vastgestelde periode loopt; de aanschaf door een nieuwe eigenaar laat de termijn niet opnieuw beginnen.
Na afloop van de zestig maanden geldt het bijtellingspercentage dat op dat moment voor de auto van toepassing is. Loopt de termijn bijvoorbeeld af in 2026, dan wordt vanaf het einde van die vaste periode gerekend met het tarief dat voor 2026 geldt. De resterende looptijd kan dus invloed hebben op de fiscale kosten van een gebruikte elektrische leaseauto: een auto met nog meerdere maanden binnen de vaste periode wordt anders behandeld dan een exemplaar waarvoor die periode al is verstreken.
U vindt de datum die hiervoor nodig is in de RDW-kentekencheck. Zoek op het kenteken en controleer het veld ‘Datum eerste toelating’; dit is iets anders dan de datum waarop de huidige eigenaar de auto kocht of op zijn naam zette. Noteer de datum en bepaal vanaf welke maand de zestig maanden lopen. Zo kunt u beoordelen welk percentage bij de auto hoort en hoeveel tijd van de vaste periode resteert.
Een auto die op 14 mei voor het eerst is toegelaten, begint dus niet op de koopdatum aan een nieuwe termijn, maar op 1 juni van dat jaar aan de fiscale periode. Controleer bij een contract dat doorloopt over het einde van de termijn ook welk tarief daarna geldt. De oorspronkelijke toelatingsdatum blijft daarbij het vaste aanknopingspunt, ook wanneer de auto inmiddels meerdere eigenaren heeft gehad.
Verschil met een nieuwe auto
Bij een nieuwe elektrische auto begint de termijn van zestig maanden rond de eerste toelating van die auto. Bij een gebruikte auto is die startdatum al eerder vastgesteld: de termijn loopt door wanneer u de auto koopt of leaset. Daardoor kan een tweedehands exemplaar nog een deel van de oorspronkelijke tariefperiode over hebben, of kan die periode al voorbij zijn. De eerste toelating geeft dus meer inzicht in de fiscale uitgangspunten dan alleen het bouwjaar of de datum van uw aankoop.
De cataloguswaarde is bij beide auto’s de grondslag voor de bijtelling. Daarmee wordt de oorspronkelijke nieuwprijs bij eerste toelating bedoeld, niet de actuele vraagprijs en ook niet het bedrag dat u voor de tweedehands auto betaalt. Staat een auto bijvoorbeeld voor € 30.000 te koop, terwijl de oorspronkelijke cataloguswaarde € 50.000 was, dan maakt de lagere occasionprijs de fiscale grondslag niet automatisch € 30.000. Een lagere aankoopprijs betekent daarom niet vanzelf dat het belastbare voordeel evenredig daalt.
Vergelijk een gebruikte auto en een nieuwe auto daarom op hun eigen eerste toelating, cataloguswaarde en resterende looptijd van het tarief. Controleer vóór zakelijk leasen of kopen de datum van eerste toelating, de oorspronkelijke cataloguswaarde en hoeveel geldigheidsduur van het tarief nog resteert.
Wat controleer je vóór zakelijk gebruik van een elektrische auto?
Controleer vóór zakelijk gebruik of de voertuiggegevens en de registratie van privéritten bij elkaar passen. Voor de bijtelling van een elektrische auto in 2026 zijn onder meer de aandrijving, cataloguswaarde en datum van eerste toelating relevant. Ook moet duidelijk zijn hoeveel van de toepasselijke periode van zestig maanden nog resteert. Raadpleeg de Belastingdienst voor actuele fiscale regels en de RDW voor voertuiggegevens, waaronder de datum van eerste toelating.
Controleer de gegevens vóór zakelijk gebruik
Leg de gegevens van de auto en het verwachte gebruik vast voordat de auto zakelijk wordt ingezet. Met deze controle voorkomt u dat een verkeerde voertuigdatum of een ontbrekende rittenregistratie de berekening beïnvloedt.
- Controleer of de auto volledig elektrisch wordt aangedreven en tijdens het rijden geen CO2 uitstoot. Een plug-inhybride valt niet onder deze omschrijving.
- Noteer de cataloguswaarde zoals die voor de fiscale berekening geldt; dit is niet hetzelfde als de maandelijkse leaseprijs of het openstaande leasebedrag.
- Zoek de datum van eerste toelating op in de voertuiggegevens van de RDW. Bij een geïmporteerde auto kan die datum vóór de Nederlandse registratie liggen.
- Stel vast hoeveel maanden van de toepasselijke periode van zestig maanden nog resteren. Gebruik de datum van eerste toelating als uitgangspunt, niet alleen de startdatum van uw contract.
- Houd privéritten per kalenderjaar bij en toets of het totaal maximaal 500 kilometer blijft. Geen bijtelling geldt alleen als u dat privégebruik overtuigend kunt aantonen.
Bewaar de voertuiggegevens en een sluitende rittenregistratie bij de administratie, zodat datum, zakelijke ritten en privéritten controleerbaar blijven. Controleer bij twijfel over een fiscale regel de actuele toelichting van de Belastingdienst.
